Vraagstellingstechnieken
De meest bekende gespreks- of luistervaardigheid is het stellen van vragen.
Vaak realiseren we ons niet dat er verschillende manieren van vragen zijn. We
stellen gewoon een vraag. En daarna nog één, en nog één, net zo lang tot we
gehoord hebben wat we willen weten. Daarmee lopen we niet alleen het risico dat
het veel langer duurt dan nodig is, maar ook dat we niet alle informatie krijgen
die belangrijk voor ons is. We kunnen met vragen immers dingen losweken, maar
ook afsluiten. Soms doen we dat laatste, terwijl we dat eigenlijk (nog) niet
willen.
Er zijn verschillende soorten vragen, namelijk gesloten
vragen, open vragen en doorvragen. Achtereenvolgens worden deze
besproken.
Gesloten vragen
Een gesloten vraag is herkenbaar aan het feit dat het met een werkwoord begint. In het algemeen duwen gesloten vragen degene die moet antwoorden al in een bepaalde richting. De vragensteller perkt de antwoordmogelijkheden in, of geeft het goede antwoord zelf al enigszins aan. Er zijn drie soorten gesloten vragen: de ja-nee-vragen, de of-of-vragen en de suggestieve vragen.
Gesloten vragen
Een gesloten vraag is herkenbaar aan het feit dat het met een werkwoord begint. In het algemeen duwen gesloten vragen degene die moet antwoorden al in een bepaalde richting. De vragensteller perkt de antwoordmogelijkheden in, of geeft het goede antwoord zelf al enigszins aan. Er zijn drie soorten gesloten vragen: de ja-nee-vragen, de of-of-vragen en de suggestieve vragen.
Ja-nee-vragenDe gesloten vraag die het makkelijkst te herkennen
is, is de ja-nee-vraag. De ander kan alleen maar kiezen uit ja of nee, meer
antwoordmogelijkheden zijn er niet.
- Wil je nog koffie?- Houd je van klassieke muziek?
- Kun je je inleven in dit verhaal?
- Wil je nog koffie?- Houd je van klassieke muziek?
- Kun je je inleven in dit verhaal?
Of-of-vragen (multiple choice vragen)De tweede soort gesloten vragen zijn vragen
waarin een keuze wordt voorgelegd, een soort multiple choice. De beantwoorder
kan weliswaar meer zeggen dan ja of nee; hij/zij wordt echter nog steeds beperkt
doordat hij/zij moet kiezen uit enkele mogelijkheden.
- Wil je naar een film, een concert of naar het theater?
- Waarom is het nog niet af, heb je niet doorgewerkt of heb je het te druk?
- Wilt u een krediet of een lening?
- Wil je naar een film, een concert of naar het theater?
- Waarom is het nog niet af, heb je niet doorgewerkt of heb je het te druk?
- Wilt u een krediet of een lening?
Telkens zie je dat de keuzemogelijkheden zijn voorgebakken en dat de ander -
wanneer je alleen naar deze vraagstelling zou kijken - geen ruimte krijgt heel
iets anders te zeggen.
Suggestieve
vragen
Bij suggestieve vragen ben jij als vragensteller zeer expliciet in wat je zelf vindt. Hier is er voor de ander bijna geen ruimte meer om een eigen mening in te brengen.
- Je hebt me toch niet al die tijd laten wachten om te zeggen dat je het niet af hebt hè?
- Jij vindt toch zeker ook dat we nu naar de directeur moeten stappen? - We zijn een heel eind gekomen vandaag, vinden jullie niet?
Bij suggestieve vragen ben jij als vragensteller zeer expliciet in wat je zelf vindt. Hier is er voor de ander bijna geen ruimte meer om een eigen mening in te brengen.
- Je hebt me toch niet al die tijd laten wachten om te zeggen dat je het niet af hebt hè?
- Jij vindt toch zeker ook dat we nu naar de directeur moeten stappen? - We zijn een heel eind gekomen vandaag, vinden jullie niet?
De suggestieve vraag komt heel vaak voor, vaak onbewust en ook in situaties
waar dat helemaal niet gewenst is. De vragensteller merkt dan niet op dat hij
niets meer doet dan zijn eigen mening ventileren en dat de mening van de ander
er nauwelijks toe doet.
Zoals je ziet werkt een gesloten vraag vaak remmend op de
vrijheid van spreken van de ander. Deze merkt dat hij ingeperkt wordt of gaat
inderdaad met ja-nee of keuzes antwoorden. Dit levert jou als vragensteller dan
bijna geen nieuwe informatie op. Helaas worden gesloten vragen in het overgrote
deel van de gevallen op deze manier en dus verkeerd ingezet.
Er zijn echter wel degelijk situaties waarin een of meer
gesloten vragen nuttig zijn. We noemen er vier:
1. Je wenst specifieke informatie. Stel
je moet een presentatie geven over een opdracht. Je wilt weten of je die in het
Engels of in het Nederlands moet geven. De vraag: Moet ik de presentatie in het
Engels geven? is dan een prima vraag.
2. Je kent de ander goed, de sfeer is open,
het onderwerp is niet bedreigend. Degene die antwoord moet geven, zal zich
toch vrij genoeg voelen om zijn eigen mening te geven.
3. Je wilt je gesprekspartner over de
drempel helpen. Het beantwoorden van een niet-confronterende gesloten vraag
is vaak makkelijker dan een open vraag.
4. Je wilt de gesprekspartner uit de tent
lokken met een
prikkelende, suggestieve vraag. Je kunt hierbij denken aan journalistieke
interviews.
Open vragen
Wat is nu een open vraag? Dit was er al één. Open vragen zijn bijna altijd vragen die beginnen met wat, hoe, wanneer, waarom enzovoorts. Ze geven daarmee de ander de ruimte om het antwoord precies zo in te richten als hij/zij zelf wil.
Open vragen
Wat is nu een open vraag? Dit was er al één. Open vragen zijn bijna altijd vragen die beginnen met wat, hoe, wanneer, waarom enzovoorts. Ze geven daarmee de ander de ruimte om het antwoord precies zo in te richten als hij/zij zelf wil.
Wanneer we enkele van de voorbeelden hiervoor terughalen, wordt het
onderscheid snel duidelijk. De vraag: Wat wil je drinken? geeft de ander
heel wat meer ruimte dan de gesloten vraag ‘Wil je nog koffie?’ . ‘Van
welke muziek houd je?’ levert in de regel meer informatie op dan ‘Houd je
van klassieke muziek?’
Zo is elk van de gegeven voorbeelden van gesloten vragen om te zetten in een
open vraag. Opnieuw hangt het van jouw doel af welke vraagsoort de beste is.
Open vragen roepen een veelheid aan informatie op.
Wellicht ook informatie die minder relevant is. De vragensteller moet
voortdurend de informatie ordenen en afwegen op welk aspect van het antwoord
hij/zij door wilt gaan. Sommige open vragen leveren helemaal geen uitgebreid
antwoord op. “Hoe gaat het?’, “Goed”, is een bekende. Het is geen wet van meden
en perzen dat open vragen altijd tot veel en gesloten vragen tot weinig
informatie leiden. De sfeer waarin het gesprek verloopt en de motivatie van de
gesprekspartners is minstens zo belangrijk.
In onderstaande tabel vatten we de kenmerken van open en gesloten vragen
samen.
Open vragen
|
Gesloten vragen
|
De ander krijgt ruimte
|
Zijn efficiënt bij korte, specifieke vragen
|
De ander voelt zich serieus genomen
|
Kunnen de ander over de drempel hebben
|
De ander zal eerder geneigd zijn informatie te geven, zijn
eigen mening te geven
|
Door inperking kan de ander het idee krijgen dat zijn
mening er toch niet toe doet
|
Er ontstaat een sfeer van vertrouwen
|
De ander zal niet snel meer informatie geven
|
Het gesprek kost meer tijd
|
Bij veel gesloten vragen achter elkaar ontstaat de sfeer
van ‘kruisverhoor’
|
Doorvragen
Doorvragen houdt in dat doorgegaan wordt op hetgeen de gesprekspartner net heeft gezegd. Je diept het onderwerp verder uit omdat je het nog niet goed begrepen hebt of omdat je er meer van wilt weten.
- Je zei dat er onenigheid is in de OGO-groep, waar ligt dat dan aan?
- Hoe bedoel je verschil van mening?
- Hoe komt het dat het zo snel gelukt is?
Doorvragen houdt in dat doorgegaan wordt op hetgeen de gesprekspartner net heeft gezegd. Je diept het onderwerp verder uit omdat je het nog niet goed begrepen hebt of omdat je er meer van wilt weten.
- Je zei dat er onenigheid is in de OGO-groep, waar ligt dat dan aan?
- Hoe bedoel je verschil van mening?
- Hoe komt het dat het zo snel gelukt is?
De voorbeelden tonen aan dat de ander de gelegenheid
krijgt zijn verhaal verder uit te bouwen, hij/zij krijgt de ruimte. Ook heel
algemene vragen kunnen prima als doorvraag dienst doen:
- Waarom geloof je dat?
- Kun je daar wat meer over vertellen?
- Waarom geloof je dat?
- Kun je daar wat meer over vertellen?
Waarschijnlijk is het je al opgevallen dat bijna alle doorvragen uit de
voorbeelden open vragen zijn. Logisch ook, want daarmee komt immers de meeste
informatie los en dat is de bedoeling bij doorvragen. Alleen het laatste
voorbeeld is in feite een gesloten doorvraag, omdat zij ook alleen met ja of nee
kan worden beantwoord. In de praktijk werkt dat natuurlijk niet zo, wanneer
iemand meer weet, zal hij dat na deze doorvraag heus wel gaan vertellen. Een
doorvraag bestaat soms uit niet meer dan een korte aansporing: ‘Vertel eens’. De
toon waarop zo’n aansporing wordt geuit maakt dat de gesprekspartner het opvat
als een uitnodiging om verder te praten en niet als een bevel.
Bronnen:
https://ai5.wtb.tue.nl/doccontent/vaardighedenBMT/default.php?id=5
Geen opmerkingen:
Een reactie posten