woensdag 15 februari 2012

Interview begrippen. (les 2)

Vraagstellingstechnieken

De meest bekende gespreks- of luistervaardigheid is het stellen van vragen. Vaak realiseren we ons niet dat er verschillende manieren van vragen zijn. We stellen gewoon een vraag. En daarna nog één, en nog één, net zo lang tot we gehoord hebben wat we willen weten. Daarmee lopen we niet alleen het risico dat het veel langer duurt dan nodig is, maar ook dat we niet alle informatie krijgen die belangrijk voor ons is. We kunnen met vragen immers dingen losweken, maar ook afsluiten. Soms doen we dat laatste, terwijl we dat eigenlijk (nog) niet willen.
Er zijn verschillende soorten vragen, namelijk gesloten vragen, open vragen en doorvragen. Achtereenvolgens worden deze besproken.

Gesloten vragen
Een gesloten vraag is herkenbaar aan het feit dat het met een werkwoord begint. In het algemeen duwen gesloten vragen degene die moet antwoorden al in een bepaalde richting. De vragensteller perkt de antwoordmogelijkheden in, of geeft het goede antwoord zelf al enigszins aan. Er zijn drie soorten gesloten vragen: de ja-nee-vragen, de of-of-vragen en de suggestieve vragen.

Ja-nee-vragenDe gesloten vraag die het makkelijkst te herkennen is, is de ja-nee-vraag. De ander kan alleen maar kiezen uit ja of nee, meer antwoordmogelijkheden zijn er niet.
Wil je nog koffie?Houd je van klassieke muziek?
-
Kun je je inleven in dit verhaal?

Of-of-vragen (multiple choice vragen)De tweede soort gesloten vragen zijn vragen waarin een keuze wordt voorgelegd, een soort multiple choice. De beantwoorder kan weliswaar meer zeggen dan ja of nee; hij/zij wordt echter nog steeds beperkt doordat hij/zij moet kiezen uit enkele mogelijkheden.
- Wil je naar een film, een concert of naar het theater?
-
Waarom is het nog niet af, heb je niet doorgewerkt of heb je het te druk?
-
Wilt u een krediet of een lening?
 
Telkens zie je dat de keuzemogelijkheden zijn voorgebakken en dat de ander - wanneer je alleen naar deze vraagstelling zou kijken - geen ruimte krijgt heel iets anders te zeggen.
Suggestieve vragen
Bij suggestieve vragen ben jij als vragensteller zeer expliciet in wat je zelf vindt. Hier is er voor de ander bijna geen ruimte meer om een eigen mening in te brengen.
- Je hebt me toch niet al die tijd laten wachten om te zeggen dat je het niet af hebt hè?
- Jij vindt toch zeker ook dat we nu naar de directeur moeten stappen? - We zijn een heel eind gekomen vandaag, vinden jullie niet?
De suggestieve vraag komt heel vaak voor, vaak onbewust en ook in situaties waar dat helemaal niet gewenst is. De vragensteller merkt dan niet op dat hij niets meer doet dan zijn eigen mening ventileren en dat de mening van de ander er nauwelijks toe doet.
Zoals je ziet werkt een gesloten vraag vaak remmend op de vrijheid van spreken van de ander. Deze merkt dat hij ingeperkt wordt of gaat inderdaad met ja-nee of keuzes antwoorden. Dit levert jou als vragensteller dan bijna geen nieuwe informatie op. Helaas worden gesloten vragen in het overgrote deel van de gevallen op deze manier en dus verkeerd ingezet.
Er zijn echter wel degelijk situaties waarin een of meer gesloten vragen nuttig zijn. We noemen er vier:
1.      Je wenst specifieke informatie. Stel je moet een presentatie geven over een opdracht. Je wilt weten of je die in het Engels of in het Nederlands moet geven. De vraag: Moet ik de presentatie in het Engels geven? is dan een prima vraag.

2.      Je kent de ander goed, de sfeer is open, het onderwerp is niet bedreigend. Degene die antwoord moet geven, zal zich toch vrij genoeg voelen om zijn eigen mening te geven.

3.      Je wilt je gesprekspartner over de drempel helpen. Het beantwoorden van een niet-confronterende gesloten vraag is vaak makkelijker dan een open vraag. 

4.      Je wilt de gesprekspartner uit de tent lokken met een prikkelende, suggestieve vraag. Je kunt hierbij denken aan journalistieke interviews.

Open vragen
Wat is nu een open vraag? Dit was er al één. Open vragen zijn bijna altijd vragen die beginnen met wat, hoe, wanneer, waarom enzovoorts. Ze geven daarmee de ander de ruimte om het antwoord precies zo in te richten als hij/zij zelf wil.
Wanneer we enkele van de voorbeelden hiervoor terughalen, wordt het onderscheid snel duidelijk. De vraag: Wat wil je drinken? geeft de ander heel wat meer ruimte dan de gesloten vraag ‘Wil je nog koffie?’ . ‘Van welke muziek houd je?’ levert in de regel meer informatie op dan ‘Houd je van klassieke muziek?
Zo is elk van de gegeven voorbeelden van gesloten vragen om te zetten in een open vraag. Opnieuw hangt het van jouw doel af welke vraagsoort de beste is.
Open vragen roepen een veelheid aan informatie op. Wellicht ook informatie die minder relevant is. De vragensteller moet voortdurend de informatie ordenen en afwegen op welk aspect van het antwoord hij/zij door wilt gaan. Sommige open vragen leveren helemaal geen uitgebreid antwoord op. “Hoe gaat het?’, “Goed”, is een bekende. Het is geen wet van meden en perzen dat open vragen altijd tot veel en gesloten vragen tot weinig informatie leiden. De sfeer waarin het gesprek verloopt en de motivatie van de gesprekspartners is minstens zo belangrijk.
In onderstaande tabel vatten we de kenmerken van open en gesloten vragen samen.

Open vragen
Gesloten vragen
De ander krijgt ruimte
Zijn efficiënt bij korte, specifieke vragen
De ander voelt zich serieus genomen
Kunnen de ander over de drempel hebben
De ander zal eerder geneigd zijn informatie te geven, zijn eigen mening te geven
Door inperking kan de ander het idee krijgen dat zijn mening er toch niet toe doet
Er ontstaat een sfeer van vertrouwen
De ander zal niet snel meer informatie geven
Het gesprek kost meer tijd
Bij veel gesloten vragen achter elkaar ontstaat de sfeer van ‘kruisverhoor’

Doorvragen
Doorvragen houdt in dat doorgegaan wordt op hetgeen de gesprekspartner net heeft gezegd. Je diept het onderwerp verder uit omdat je het nog niet goed begrepen hebt of omdat je er meer van wilt weten.
-   Je zei dat er onenigheid is in de OGO-groep, waar ligt dat dan aan?
-
Hoe bedoel je verschil van mening?
-
Hoe komt het dat het zo snel gelukt is?

De voorbeelden tonen aan dat de ander de gelegenheid krijgt zijn verhaal verder uit te bouwen, hij/zij krijgt de ruimte. Ook heel algemene vragen kunnen prima als doorvraag dienst doen:
- Waarom geloof je dat?
-
Kun je daar wat meer over vertellen?

Waarschijnlijk is het je al opgevallen dat bijna alle doorvragen uit de voorbeelden open vragen zijn. Logisch ook, want daarmee komt immers de meeste informatie los en dat is de bedoeling bij doorvragen. Alleen het laatste voorbeeld is in feite een gesloten doorvraag, omdat zij ook alleen met ja of nee kan worden beantwoord. In de praktijk werkt dat natuurlijk niet zo, wanneer iemand meer weet, zal hij dat na deze doorvraag heus wel gaan vertellen. Een doorvraag bestaat soms uit niet meer dan een korte aansporing: ‘Vertel eens’. De toon waarop zo’n aansporing wordt geuit maakt dat de gesprekspartner het opvat als een uitnodiging om verder te praten en niet als een bevel.

Bronnen:
https://ai5.wtb.tue.nl/doccontent/vaardighedenBMT/default.php?id=5

Geen opmerkingen:

Een reactie posten